Editoriaal
Editoriaal
Een functioneel decor
Architectuur bepaalt het decor van de samenleving waarin wij verblijven. Het toont de ingesteldheid van de mens die het schept en van zij die het gebruiken. Het is een tekstboek van de passies, de verwachtingen en de sociale taal die de initiatiefnemer op dat ogenblik toevoegt aan de geschiedenis.
Architectuur kan functioneel bruikbaar zijn of een esthetisch statement maken, of een deel van beide in een wisselende verhouding. Detaillistisch of minimalistisch: ze toont de uitdrukkelijke wil die haar scheppende architect kenbaar wil maken. Soms uitbundig, soms timide, maar steeds met die drang om een steen in de stroom te verleggen.
Dat maakt het beroep van architect zo boeiend en aantrekkelijk. Daarom werden we architect. Een betekenisvolle toevoeging aan het decor van de samenleving.
Hoe groot zijn de ontgoocheling en frustratie als we merken dat de verwachtingen die de opdrachtgever en de overheid aan de architect toewijzen steeds verder afwijken van dit uitgangspunt? Verordeningen, regels van goede uitvoering, technische voorlichtingen, normen, wetgeving en een onoverzichtelijke hoeveelheid bemoeienissen van een leger aan experten binnen de administratie en de bouwwereld, doch allen zonder enige vorm van aansprakelijkheid over hun inbreng. Zij maken de verdiensten van het architectenberoep steeds minder rendabel op financieel en inhoudelijk gebied. Het gevolg is reeds duidelijk zichtbaar in het afhaken van de opvolging binnen de architectenkantoren. Wie wil er nog als verzekeringspolis van de bouwwereld fungeren zonder erkentenis te krijgen voor zijn opdracht, taken in het bouwproces en zijn gepresteerde inbreng? Wie heeft er nog zin om zich als enige niet-betaalde partij in discussies te mengen over zaken waarover hij/zij niet eens iets te zeggen heeft, louter en alleen omdat hij/zij architect is?
En toch. Binnen het verenigingsleven en via tijdschriften zoals architraaf merk ik dat er nog een grote groep architecten is die zich geroepen voelt om een statement te poneren en standpunt in te nemen. Voor hen is architect zijn zich blootgeven, zich vaak weerloos openstellen voor kritiek, durven. Er blijken nog heel wat architecten van alle leeftijden te zijn die kleur bekennen en de uitdaging aangaan. Architectuur is voor hen een edele kunstvorm die noch leeftijds-, noch taal- of grensgebonden is. Architectuur heeft zijn eigen universele taal.
Het is gebleken dat de regionale verschillen in België vaak geheel ten onrechte als onoverkomelijk beschouwd worden. Een gedachte die wellicht gegroeid is vanuit een kortzichtige bestuurlijke wereld, maar die totaal niet van toepassing is binnen de architecturale omgeving. De problematieken bij de uitoefening van het architectenberoep, maar ook de appreciatie voor “waardevolle” architectuur zijn overal in België dezelfde. Dat staat vast. Laat dat nu net zijn wat architecten bindt. Daar situeren zich dan ook de mogelijkheden voor onze toekomst en dat van ons beroep. De kracht van een gemeenschappelijke visie en aanpak.
Architecten in België moeten zich bevrijden van hun vaak onterechte bescheidenheid. Met fierheid mogen wij onze kunde en visie als 'bouwmeester' uitdragen. De traditionele driehoek (bouwheer, architect, aannemer) mag dan vervangen zijn door een 'rondetafel' met een veelheid van bouwspecialisten met diverse input: de architect was, is en zal in de toekomst nog steeds de spilfiguur als manager blijven. De kapitein die er als eerste bij was nog vòòr het ontwerp en er als laatste afscheid van neemt bij de oplevering. De persoon die de ruimte ordent en invult met waardevolle 'decorstukken' / gebruiksruimtes. De persoon die de maatschappij faciliteert in zijn functioneren.
Tien jaar had ik het genoegen om binnen de redactie van architraaf aan dit architectuurtijdschrift voor en door architecten te mogen meewerken. Een andere uitdaging leidt mij nu weg van deze redactie. Een redactie waarbinnen met respect voor ieders mening en taal collegiaal wordt gewerkt ten voordele van alle architecten in België. Dank voor de vriendschap die ik er vond. Het was een inspirerende ervaring die mij vaak respectvol liet genieten van architecturale pareltjes op diverse niveaus en van verschillende schaal. Laat mij toe alle architecten te bedanken die zich gedurende al die jaren in dit tijdschrift presenteerden. Zij overtuigden mij dat de toekomst van ons beroep gegarandeerd is.
Hubert Bijnens, architect en redactielid.